EEN LEVEN LANG
ALS OP EEN DAG JE LEVEN VOORGOED VERANDERT.
Een leven lang is het vervolg op de roman Een leven geleden.
Brianna, dochter van Sarah Miller, en in navolging van haar moeder een van de meest geliefde auteurs van de wereld, leidt met haar man Jake en hun drie jonge kinderen een droomleven aan de prachtige, landelijke oostkust van de VS.
Op een schijnbaar fraaie dag komt aan dat droomleven onverwachts een eind en wordt de ergst denkbare nachtmerrie de nieuwe realiteit. De hartverscheurende gebeurtenissen zetten niet alleen haar bestaan volledig op zijn kop, maar brengen Brianna ook aan de rand van de afgrond.
“In de stilte van de nacht lijkt het verdriet het grootst.
Net als de alsmaar terugkerende vraag dan het hardst klinkt.
Een antwoord heb ik echter nog steeds niet.
Ik heb echt geen idee wat ik met mijn leven aan moet.”
Dan, op een allesbepalend moment, kruist Hollywoodster Ethan Hunter, berucht om zijn onberekenbare gedrag en talrijke kortstondige relaties, Brianna’s pad.
Als ze iemand niet in haar leven kan gebruiken, dan is het wel een man als Ethan…
Onderaan deze pagina kun je zowel de paperback als het ebook bestellen. Je kunt o.a. betalen met iDeal, creditcard, Paypal of bankoverschrijving.
De paperback heeft een levertijd van 2 à 3 werkdagen. Het ebook kan na betaling direct worden gedownload. Bestellingen worden door boekenbestellen.nl afgehandeld.
Je kunt de paperback ook bestellen bij online boekhandels zoals paagman.nl, libris.nl, bruna.nl en Donner.nl. Er gelden dan wel langere levertijden.
Titel: Een leven lang
Auteur: Jerrad Hoff
Taal: Nederlands
Pagina’s: 460
Uitvoering: Paperback
Afmetingen: 145 x 210 mm
Verschijningsdatum: december 2019, nieuwe druk april 2021
ISBN: 9789082875065
Nur: 301, 343
QUOTES
LEES EEN HOOFDSTUK
LEES MINDER
LEES MEER
-
KLIFFEN
De wind op deze plek is stevig. Hij ritselt zonder onderbrekingen door struiken en bomen achter mij en duwt zo nu en dan tegen me als iemand die de aandacht probeert te trekken. Hem negeren is lastig, zo niet onmogelijk. Hetzelfde gaat op voor de zon, pal boven me, die mijn schouders en voorhoofd doet gloeien en de lagergelegen Stille Oceaan aldoor laat fonkelen alsof er ontelbare stukjes glas in drijven…
-
KLIFFEN
De wind op deze plek is stevig. Hij ritselt zonder onderbrekingen door struiken en bomen achter mij en duwt zo nu en dan tegen me als iemand die de aandacht probeert te trekken. Hem negeren is lastig, zo niet onmogelijk. Hetzelfde gaat op voor de zon, pal boven me, die mijn schouders en voorhoofd doet gloeien en de lagergelegen Stille Oceaan aldoor laat fonkelen alsof er ontelbare stukjes glas in drijven.
Ik stap iets naar voren. Dit uitkijkpunt lijkt niet alleen te zijn gecreëerd vanwege het uitzicht op een plek waar de hemel de oceaan beroert, maar ook om de mens eraan te herinneren hoe wondermooi het leven is. En hoe weinig er nodig is om gelukkig te zijn. Torenhoge kliffen, een oneindige watervlakte vol dansende lichtschitteringen die je gezichtsveld volledig vult, zeevogels die boven de branding vliegen, een zoutige bries die opgewekt met je haar speelt en je huid aangenaam streelt, volstaan.
Tenminste, dat deden ze. Ooit.
Als ik nog wat verder schuifel zie ik hoe steentjes over de rand in de diepte vallen. Tranen vullen mijn ogen en glijden even later langzaam langs mijn wangen. Ik besluit dat het tijd is en laat mijn blik voor een laatste maal door de omgeving gaan. Voor een laatste keer vangen mijn netvliezen het glinsteren van de oceaan, het blauw van de lucht en het wit van pluizige wolken op. Ik volg nog enkele tellen de meeuwen die rakelings over de golven scheren en sluit dan mijn ogen. Ik wil het niet zien.
Gezichten en stemmen vullen direct mijn hoofd. Jaren schieten in onsamenhangende flarden voorbij. Ze doen me glimlachen, maar laten ook de tranen sneller vloeien. Mijn knieën voelen slap en het duizelt me. De wind duwt nadrukkelijker tegen me. Mijn haren wapperen in mijn gezicht. Ik schuifel nog iets dichter naar de rand.
‘Mooi uitzicht.’
De stem bezorgt me zowat een hartverzakking. Van schrik verlies ik bijna het evenwicht.
‘Voorzichtig,’ glimlacht de man. ‘Het laatste dat je wilt is hier naar beneden sodemieteren.’
Ik kijk weer voor me en veeg met snelle, achteloze bewegingen de tranen van mijn wangen.
‘Kom je hier vaker?’ gaat hij verder als ik niets zeg.
Ik schud mijn hoofd.
Hij tikt een sigaret uit het pakje en houdt die in mijn richting op.
Ik schud nogmaals mijn hoofd.
‘Verstandig.’
Nadat hij een sigaret heeft aangestoken en het pakje heeft opgeborgen, keert de stilte terug. Alleen de branding en de meeuwen laten nog van zich horen. Gedragen door de wind klinkt even het gepruttel van een boot die haar beste tijd lijkt te hebben gehad.
‘Mooie auto heb je.’
We kijken beiden over een schouder naar de iets hoger gelegen parkeerplaats. Er staan slechts twee auto’s: mijn Aston Martin en een witte Mercedes waarvan de motorkap openstaat. Ik blik weer voor me.
‘Ik zit met een probleem.’
Dat was me al duidelijk. Ik zeg niks, alsof ik hem niet heb gehoord.
‘Ik ben op weg naar een begrafenis, maar mijn auto wil niet verder.’
Het is een poos stil. Ik voel hem naar me staren.
‘Waar moet je heen?’
‘Westwood Village Memorial Park Cemetery.’
‘Geen idee waar dat is,’ reageer ik zonder weg te kijken van de diepte onder me.
‘In de buurt van Wilshire Boulevard en Westwood Boulevard.’
‘Dat zegt me ook niets.’
‘Een uurtje rijden vanaf hier.’
‘Dan heb je inderdaad een probleem.’
Hij knikt.
‘Kun je niemand bellen?’ vraag ik wat later, voordat ik er erg in heb. Hoe stom kun je zijn?
‘Ik ken niemand die in de buurt woont. En het duurt minstens een half uur voordat een taxi of een Uber hier kan zijn. Dan ben ik zeker te laat voor de uitvaartdienst.’
Ik weifel. ‘Is het erg belangrijk voor je?’
Hij knikt opnieuw. Zijn blik lijkt me opeens ietwat triest.
‘Een uur?’
‘Misschien korter. Je zou me écht uit de brand helpen.’
Ik zucht, krab me driftig in het haar en zeg ten slotte dat ik hem wel breng. Als hij me na een paar meter op het uitgesleten zandpad omhoog naar de parkeerplaats heeft bijgehaald, steekt hij zijn hand naar me uit en stelt zich voor. Ik doe net alsof ik zijn hand niet zie.
‘Je denkt dat ik die ene persoon op de wereld ben die niet weet wie jij bent?’ snuif ik wat geërgerd.
‘En jij bent?’
‘Iemand die je naar Westwood Village Memorial Park Cemetery brengt.’
Hoewel ik als eerste in de auto zit en de envelop vliegensvlug van het middenconsole gris, ziet hij nog net hoe ik deze in het portier wegmoffel. Onze blikken treffen elkaar, maar hij zegt niks. Hij steekt wel weer een hand naar me uit.
‘Ethan Hunter.’
Ik kijk naar zijn hand en schud deze uiteindelijk. ‘Brianna.’
ALLE BOEKEN VAN JERRAD















