DE JAREN ZONDER ZOMER
DAAROM LEVEN ZE ONDER ONS.
De 70-jarige Allison heeft een leven achter de rug waar zelfs haar dochters en beste vriendin geen weet van hebben, al denken ze van wel. Door omstandigheden maakt ze een eind aan de jarenlange leugens en onthult Allison stukje bij beetje de waarheid over de huiveringwekkende gruwelijkheden die haar zijn aangedaan, maar ook die ze zelf op haar geweten heeft.
Aan de hand van een dagboek neemt ze haar kinderen en vriendin mee terug in de tijd, beginnend met de zomer van 1983, toen ze verloren over Cuba dwaalde en een verbitterde vrouw was die iedereen liever zag gaan dan komen. Totdat op een dag iemand haar levenspad kruiste die daar heel anders over dacht en alles veranderde. Behalve het verleden.
De jaren zonder zomer is een roman over twee personen die elkaar in de liefde proberen te vinden, over de vreselijke wreedheden die mensen elkaar aan kunnen doen, en hoever sommigen gaan om elkaar en hun leven samen te beschermen.
Onderaan deze pagina kun je zowel de paperback als het ebook bestellen. Je kunt o.a. betalen met iDeal, creditcard, Paypal of bankoverschrijving.
De paperback heeft een levertijd van 2 à 3 werkdagen. Het ebook kan na betaling direct worden gedownload. Bestellingen worden door boekenbestellen.nl afgehandeld.
Je kunt de paperback ook bestellen bij online boekhandels zoals paagman.nl, libris.nl, bruna.nl en Donner.nl. Er gelden dan wel langere levertijden.
Titel: De jaren zonder zomer
Auteur: Jerrad Hoff
Taal: Nederlands
Pagina’s: 348
Uitvoering: Paperback
Afmetingen: 148 x 210 mm
Verschijningsdatum: december 2023
ISBN: 9789464816198
Nur: 301, 343
QUOTES
LEES EEN HOOFDSTUK
LEES MINDER
LEES MEER
-
EEN ZONDAG
Ik hou van zondagen. Ze voelen makkelijk en aangenaam als een jurk die zo prettig om je lijf zit dat je haar het liefst iedere dag zou willen dragen. Zondag is voor mij als een oude, vertrouwde fauteuil die zich door de jaren heen naar mijn lichaam heeft gevormd. Erg comfortabel dus. En dat begint al door op de laatste dag van de week iets langer in bed te blijven liggen. Niet dat er voor mij op andere dagen…
-
EEN ZONDAG
Ik hou van zondagen. Ze voelen makkelijk en aangenaam als een jurk die zo prettig om je lijf zit dat je haar het liefst iedere dag zou willen dragen. Zondag is voor mij als een oude, vertrouwde fauteuil die zich door de jaren heen naar mijn lichaam heeft gevormd. Erg comfortabel dus. En dat begint al door op de laatste dag van de week iets langer in bed te blijven liggen. Niet dat er voor mij op andere dagen een noodzaak bestaat om wel bijtijds op te staan. Ook doordeweeks heb ik weinig om handen. En over enkele dagen nog minder.
Als mij dus zou worden gevraagd wat mijn favoriete dag is, zou ik geen seconde bedenktijd nodig hebben. Tenminste, als die vraag me achtenveertig uur geleden was gesteld. Vandaag zou ik wel tijd nodig hebben om met een antwoord te komen. Deze zondag is namelijk anders dan alle voorgaande. Op deze zondag klinkt niet zoals gewoonlijk het lachen en rennen van spelende kinderen door het huis en in de tuin. Niemand klautert op mijn schoot. Ik word niet iedere minuut geroepen. Piepstemmetjes vuren geen onmogelijke vragen op me af. Maar er zijn meer stemmen die op deze zondag niet om me heen klinken. Ook dat is voor het eerst sinds lange tijd. De andere stem die ontbreekt, hoor ik wel in mijn hoofd. En dat is al sinds ik vanmorgen voor dag en dauw wakkerschoot.
‘We kunnen lunchen, Allison.’
Ik kijk over een schouder en bedank Mia, de enige echte vriendin die ik ooit heb gehad. Daarnaast ook de persoon die er decennialang voor heeft gezorgd dat het huishouden op rolletjes liep. De laatste jaren zijn we alleen vriendinnen. Sinds gisteren lijkt het echter dat we terug in de tijd zijn gegaan en ze weer mijn huishoudster is.
We gaan de woning binnen en nemen in de eetkamer plaats aan tafel. De vele lege stoelen benadrukken op pijnlijke wijze dat we niet compleet zijn. Nadat Mia koffie heeft ingeschonken en ook is gaan zitten, wens ik haar en mijn dochters Natalia en Vivian smakelijk eten.
We tafelen lang na. Er wordt druk gekletst over een voordehand liggend onderwerp. Algauw worden er herinneringen opgehaald. De meeste mensen doen dat graag. Ik niet. Als ik wel over het verleden vertel, omdat me daar nadrukkelijk naar is gevraagd, dan is dat alleen over het deel van mijn leven nadat ik was bevallen van mijn dochters. En ook dan laat ik nooit het achterste van mijn tong zien. Over het deel vóórdat ik moeder werd, praat ik zo min mogelijk en nooit volledig. Om ze te beschermen. De echte en volledige waarheid kent slechts één persoon.
We gaan terug naar de tuin. Mijn dochters hebben zich een glas wijn ingeschonken, ik een groot glas water. De zon verstopt zich nog steeds achter de bewolking die halverwege de ochtend uit het niets in de toen nog strakblauwe lucht verscheen. Toch is ze wel meer voelbaar dan voor de lunch. Daarom gaan we weer in de schaduw zitten van de grote eik die vlak naast het huis staat.
‘Komt papa nog steeds morgen om twee uur?’ wil Vivian weten.
Ik knik en besluit de woorden die ik wilde zeggen in te slikken.
We glimlachen naar elkaar. Mijn blik dwaalt door de tuin en gaat dan naar de vijver helemaal achterin. Het houten bankje ernaast doet me glimlachen. Mijn dochters zien het, maar vragen niets. Ze weten wat het bankje voor mij betekent, net als de ring die ik ondertussen bevoel alsof ik met gesloten ogen de vorm tracht te achterhalen. Als de glazen zo goed als leeg zijn, besluiten Natalia en ik een wandeling door de tuin te maken. Vivian gaat binnen op zoek naar fotoalbums.
Het is een fijne wandeling. We praten niet veel. Elkaars aanwezigheid, niet alleen voelbaar als onze schouders elkaar zo nu en dan schampen, is voldoende. Als we bij de rivier aankomen, breekt de zon door. Binnen enkele tellen lijkt het tien graden warmer. We gaan op de oever zitten. Het briesje over het zacht golvende water heen dat plagerig met ons haar speelt is zalig. We kletsen over de omgeving, dan over het huis achter ons, wit als kalk met een dieprood pannendak, in een overwegend groen landschap vol oude bomen. Niet voor het eerst hoor ik van Natalia dat zij en haar zus niks anders dan mooie herinneringen hebben aan de plek waar ze zijn opgegroeid. Het blijft me goed doen om te horen dat we erin geslaagd zijn om ze een jeugd te geven waar ze graag aan terugdenken en over praten. Voordat we teruggaan krijg ik een dikke smakkerd op mijn voorhoofd. Van mij krijgt ze een arm om haar schouders.
De aanblik van Vivian met stapels fotoalbums voor zich op tafel doet ons halverwege het grasveld lachen. Als we wat later bij haar zijn, loop ik het huis binnen voor een bezoek aan het toilet. Wanneer ik weer buiten kom zie ik dat ze beiden druk zijn met foto’s. Vivian houdt er eentje naar me omhoog.
‘Waar is deze genomen, mam? Ik heb ‘m nog nooit gezien.’
Enkele meters voordat ik bij ze ben herken ik de foto. Het is alsof in een oogwenk alle lucht uit mijn longen wordt gezogen. ‘Waar heb je die vandaan?’ schreeuw ik plots buiten zinnen, stap razendsnel op haar af en trek de foto hardhandig tussen haar vingers vandaan. Bij Natalia doe ik hetzelfde. Ze kijken me beiden onthutst aan. Ik heb nog nooit mijn stem tegen mijn dochters verheven, laat staan tegen ze geschreeuwd.
‘Mam, wat is er met je aan de hand?’
‘Ik vroeg je wat!’ schreeuw ik opnieuw en misschien nog wel harder.
‘Uit… uit jouw kamer,’ stamelt Vivian. ‘Het spijt me. Ik dacht… De doos lag gewoon op een…’
‘Het maakt me geen flikker uit waar die tyfusdoos lag! Je moet met je tengels van mijn spullen afblijven!’ gil ik en zie dan tussen fotoalbums de platte doos waarin de foto’s lagen. De schriften die ik er ook in bewaar, liggen ervoor. Ik graai paniekerig alles bij elkaar. Door mijn wilde bewegingen valt een stoel om. Opeens begin ik te huilen. Mia komt de woning uitgerend en kijkt me even verbijsterd aan als mijn dochters dat nog steeds doen.
‘Wat is er gebeurd, Allison?’ vraagt Mia geschrokken.
‘Niks!’ gil ik, terwijl ik de schriften en foto’s stevig tegen mijn bovenlichaam aandruk, alsof ik bereid ben om ze met mijn leven te beschermen. En dat ben ik ook.
‘Wat zijn dat voor foto’s en schriften?’
Ik zeg niks.
‘Allison…’
‘Mijn leven staat in die schriften!’
Even zegt niemand wat. ‘Jouw leven?’
Mijn mond beweegt, maar er komen geen woorden uit. Tranen blijven wel langs mijn wangen rollen. Het is alsof ik alles wat in de schriften staat geschreven ineens weer meemaak. Opeens begin ik uit volle borst te huilen. Mijn schouders schokken ruw op en neer. Foto’s en enkele schriften glippen uit mijn handen. Ik val op mijn knieën op het gras en begin ze haastig bij elkaar te graaien. Zowel mijn dochters als Mia zakken vlug naast me neer en helpen me.
‘Wat bedoelde je met dat jouw leven in de schriften staat?’ wil Natalia nadien met een zachte, geëmotioneerde stem weten, als ik weer wat ben gekalmeerd. Ik zie haar blik naar het zijden sjaaltje om mijn hals gaan. ‘Gaat het over vroeger… toen…’
‘Het doet er niet toe.’
‘Dat doet het wel. Je bent niet voor niks overstuur.’
Ik zwijg secondelang. Mijn blik gaat naar de vijver, dan kort naar het huis. Een diepe zucht klinkt langs mijn lippen. ‘Wat ik in de schriften heb geschreven is… is vanwege onze leugens.’
‘Leugens?’
‘We hebben jullie altijd geleerd dat eerlijkheid even belangrijk is als ademhalen. Alleen… alleen gedroegen wij ons daar zelf niet naar. Omdat we niet anders konden. We konden jullie niet vertellen over de dingen die we hebben gedaan en moesten doorstaan om uiteindelijk hier, in dit huis, in dit mooie leven met twee prachtige kinderen terecht te komen. Daarom hebben we niet alleen de waarheid achtergehouden, maar zelfs verdraaid. En dat begon heel lang geleden steeds meer aan mij te vreten. Daarom ben ik gaan opschrijven wat ik nooit kon vertellen, zodat jullie op een dag erover konden lezen, als jullie dat wilden. Maar niet nu. Juist niet deze dagen. Ooit, op een dag als we er beiden niet meer zijn.’
‘Als jullie beiden er niet meer zijn?’ herhaalt Vivian. Omdat ik niet reageer, vraagt Mia of ze de foto’s mag zien. Ik weifel, dan reik ik ze aan.
‘Wat mooi,’ glimlacht mijn vriendin. ‘Die zijn van lang geleden.’
‘Veertig jaar geleden. Ik was dertig,’ zeg ik bijna onverstaanbaar.
‘Florida?’
‘Cuba.’
‘Cuba?’ herhalen ze alle drie bijna in koor.
‘Je hebt nooit verteld dat je in Cuba bent geweest,’ zegt Natalia.
‘Ik heb meer niet dan wel verteld,’ reageer ik op fluistertoon.
‘Waarom kon je dan niet over Cuba vertellen?’
‘Door de dingen die we hebben gedaan.’
‘Wat voor dingen?’
Ik zeg niks en staar naar het bankje bij de vijver en voel aan de ring.
‘Pap weet van de schriften?’
Ik knik. ‘Maar ik heb het hem pas na vele jaren verteld. Omdat alles opschrijven een groot risico was. Maar hij begreep het wel. Ook omdat de leugens meer en meer aan hem begonnen te knagen.’ Nadat ik tranen uit mijn ogen heb geveegd, en Mia van mijn kaken, helpen ze me met opstaan. Ik geef de schriften aan mijn vriendin en omhels mijn dochters zo stevig als ik kan. ‘Het spijt me. We waren bang om jullie kwijt te raken.’
‘Dat zal nooit gebeuren, mam.’
‘Echt nooit,’ valt Natalia haar zus bij.
Ik glimlach vertederd en streel hun wangen. ‘Lief dat jullie dat zeggen, maar door wat in die schriften staat, zullen jullie nooit meer hetzelfde over ons denken. Dat garandeer ik. Daarbij kunnen die paar schriften ervoor zorgen, als ze in de verkeerde handen vallen, dat we alles kwijtraken. En dan bedoel ik ook écht alles: dit huis, jullie huizen, het bedrijf, en al het geld. Ze zullen ons alles tot de laatste dollar afpakken. Daarbij raken we ook het allerbelangrijkste kwijt: elkaar. En dat zal voorgoed zijn omdat ik voor de rest van mijn leven naar de gevangenis ga.’
ALLE BOEKEN VAN JERRAD















