SANT'ANNA
EEN GEHEIM. EEN LIEFDE. EEN LEVEN.
De 61-jarige, zeer succesvolle modeontwerpster Chiara Arrighetti leidt een bestaan waar velen van dromen. Na decennialang te hebben geweigerd om over haar privéleven te praten, besluit ze na de dood van haar ouders een eind te maken aan het stilzwijgen en huurt ze journaliste Francesca in om haar autobiografie te schrijven.
In haar villa aan het Comomeer vertelt Chiara openhartig over haar leven in het naoorlogse Genua, over de eerste successen in het Milaan van de jaren 50, en over de liefde. Terwijl een bijzonder leven aan Francesca voorbijtrekt, onthult Chiara aan de hand van een dagboek ook steeds meer van een geheim dat sinds een augustusdag in 1944, in het door nazi’s bezette Italië, angstvallig verborgen wordt gehouden.
Een dag die voor Chiara nooit is geëindigd. Een dag die al een halve eeuw zijn weerslag heeft op de keuzes, de liefde en het geluk in haar leven. Door het gruwelijke dat is gebeurd. En door wat ze toen heeft gedaan.
Gebaseerd op ware gebeurtenissen.
Onderaan deze pagina kun je zowel de paperback als het ebook bestellen. Je kunt o.a. betalen met iDeal, creditcard, Paypal of bankoverschrijving.
De paperback heeft een levertijd van 2 à 3 werkdagen. Het ebook kan na betaling direct worden gedownload. Bestellingen worden door boekenbestellen.nl afgehandeld.
Je kunt de paperback ook bestellen bij online boekhandels zoals paagman.nl, libris.nl, bruna.nl en Donner.nl. Er gelden dan wel langere levertijden.
Titel: Sant’Anna
Auteur: Jerrad Hoff
Taal: Nederlands
Pagina’s: 486
Uitvoering: Paperback
Afmetingen: 145 x 210 mm
Verschijningsdatum: maart 2021
ISBN: 978 90 903 4479 9
Nur: 301, 304
QUOTES
LEES EEN HOOFDSTUK
LEES MINDER
LEES MEER
-
12 augustus 1944
Mama zegt altijd dat Matteo een speciale jongen is, dat hij anders is dan wij of de andere kinderen in het dorp. Dat wist ze gelijk na zijn geboorte al, toen ze hem voor het eerst in de ogen keek. En nu, vijf jaar later, kan zelfs een vreemdeling dat in tien tellen zien. Niet doordat hij misschien wat klein is voor zijn leeftijd, of omdat hij een erg bleke huidkleur heeft. We zijn de laatste maanden allemaal wat…
-
12 augustus 1944
Mama zegt altijd dat Matteo een speciale jongen is, dat hij anders is dan wij of de andere kinderen in het dorp. Dat wist ze gelijk na zijn geboorte al, toen ze hem voor het eerst in de ogen keek. En nu, vijf jaar later, kan zelfs een vreemdeling dat in tien tellen zien.
Niet doordat hij misschien wat klein is voor zijn leeftijd, of omdat hij een erg bleke huidkleur heeft. We zijn de laatste maanden allemaal wat bleekjes door het eten dat we krijgen. Ook niet omdat hij er anders uitziet dan wij. We lijken allemaal juist heel veel op elkaar en onze ogen hebben ook nog eens dezelfde kleur. Groen als mos waar dauw op ligt, zegt mama altijd. En volgens mama is ons haar even zwart als de hemel op een heldere zomernacht en net zo golvend als een woelige zee. Iedere keer als ze dat zegt, glinsteren haar ogen, ook zo groen als mos waar dauw op ligt, alsof er ineens sterren in opgesloten zitten.
Matteo is anders dan anderen omdat hij niet praat. Nog geen woord heeft hij in zijn leven gezegd. Hij maakt ook geen geluiden. Behalve als hij lacht. En hij lacht vaak. Altijd met een heel grappig piepstemmetje. Als muizen zouden kunnen lachen, dan zouden ze zoals Matteo klinken.
De dokter heeft geen idee waarom Matteo niet praat, geen geluiden maakt en doet alsof hij je niet ziet staan. Mama wel. En ik geloof mama. Hij heeft geen woorden nodig om met ons te praten. Door een blik, een beweging, een lach, sprongetjes van plezier, weten we altijd precies wat hij wil. Daarbij praat ik meer dan genoeg voor ons tweeën, plaagt mama me altijd knipogend.
Wat hij vaak heel graag wil is hand in hand lopen. Bijvoorbeeld als we met mama naar het dorpsplein gaan om rond de fontein, in de koelte van bomen, met onze buren en vriendjes te kletsen. Of als we na het avondeten, als het minder heet is en je buiten makkelijker kunt ademhalen, een klein stukje met haar gaan wandelen. Zonder dat ze het moet zeggen, pakt Matteo dan iemands hand vast. Meestal die van mij. Eigenlijk bijna iedere keer. Mama knipoogt dan altijd naar mij.
Als we alleen zijn, fluistert mama weleens dat Matteo graag met mij hand in hand loopt omdat hij mij héél, héél erg lief vindt. Dat vindt hij inderdaad. En ik vind hem ook héél, héél erg lief. Maar zelf denk ik dat hij vooral graag naast mij loopt omdat we maar zes jaar schelen. Als je vijf bent is hand in hand lopen met een zus van elf een stuk makkelijker dan met een zus van zeventien of twintig.
Maar dat zeg ik nooit tegen mama. Ik wil de sterren in haar ogen zo lang mogelijk zien glinsteren. Ze heeft het al zwaar genoeg, helemaal sinds papa er niet meer is, hoor ik mijn zussen ook vaak tegen elkaar fluisteren. Maar mama klaagt nooit. Echt nooit. Als het nog minder dan gewoonlijk gaat, zegt ze altijd dat niets ertoe doet omdat zij de allerliefste kinderen van de wereld heeft.
Mama zegt nu al een hele poos niets meer. Ze heeft ook geen geluid meer gemaakt. Bewegen doet ze ook niet meer. Met nog geen vinger. Door een kier tussen de planken van de trapkast zie ik door mijn tranen heen dat ze alleen nog omhoog naar de hemel staart. De bloedvlek op haar jurk is niet veel groter geworden. Ik denk dat ze nu echt dood is.
Langs haar zie ik verderop in het gras een stuk van de benen en blote voeten van Giulia, mijn oudste zus. Zij heeft heel lang geschreeuwd, maar was ineens stil, net als Adelina, de middelste van alle kinderen, nadat ze gillend en huilend naar boven was gevlucht. Waar mijn drie andere zussen zijn, weet ik niet. Ik heb ze niet meer gezien of gehoord sinds het begon.
Matteo is bij mij. Voordat mama met een harde klap op haar rug viel riep ze dat ik me met hem in de trapkast moest verstoppen en er niet meer uit mocht komen. Wat er ook gebeurde.
Net als mama en Giulia beweegt Matteo ook al een tijdje niet meer. Als een slappe pop ligt hij bovenop me. Zijn mooie groene ogen staren zoals altijd van me weg. De hele tijd naar dezelfde plek op de trap boven ons.
Ik denk dat hij ook dood is.
Ik denk dat iedereen dood is.
ALLE BOEKEN VAN JERRAD















