5165
JARENLANG LEEFDE ZE MET HAAR GRUWELIJKE GEHEIMEN.
TOT NU.
Begin jaren 70 is Susie Tennyson lange tijd hét nieuws op tv en in de kranten, totdat de aandacht verdwijnt en ze in de vergetelheid raakt.
Jaren later is Susie opnieuw het middelpunt in de media. Tv-zenders en kranten bieden veel geld voor een exclusief interview, Hollywood voor een film. Ze wijst alles af en heeft slechts één wens: een rustig en anoniem bestaan.
Ondanks dat Susie een eenling is, probeert ze een leven te leiden als anderen. Ze is echter niet zoals anderen, merkt ook iemand uit onverwachte hoek. Een persoon die, als ze hem de kans geeft, haar het leven kan geven waar ze nooit op had gerekend.
Decennia nadat haar naam voor het eerst in de media verscheen, besluit Susie om de stilte over wat in de jaren zeventig is gebeurd te doorbreken en onthult ze het huiveringwekkende misbruik dat haar leven voorgoed veranderde…
Onderaan deze pagina kun je zowel de paperback als het ebook bestellen. Je kunt o.a. betalen met iDeal, creditcard, Paypal of bankoverschrijving.
De paperback heeft een levertijd van 2 à 3 werkdagen. Het ebook kan na betaling direct worden gedownload. Bestellingen worden door boekenbestellen.nl afgehandeld.
Je kunt de paperback ook bestellen bij online boekhandels zoals paagman.nl, libris.nl, bruna.nl en Donner.nl. Er gelden dan wel langere levertijden.
Titel: 5165
Auteur: Jerrad Hoff
Taal: Nederlands
Pagina’s: 474
Uitvoering: Paperback
Afmetingen: 145 x 210 mm
Verschijningsdatum: december 2025
ISBN: 9789465331812
Nur: 301
QUOTES
LEES EEN HOOFDSTUK
LEES MINDER
LEES MEER
-
1973
MINNESOTA
Liggend in mijn plas schreeuw ik mijn keel schor. Keer op keer roep ik om mama en papa. Tranen stromen langs mijn slapen mijn haar in. Hoewel ik geen hand voor ogen zie en me nauwelijks kan bewegen, sla ik met al mijn kracht boven me tegen de deksel van de kist. Door de dikke, gestoffeerde bekleding lijkt het alsof ik met mijn vuisten tegen een…
-
1973
MINNESOTA
Liggend in mijn plas schreeuw ik mijn keel schor. Keer op keer roep ik om mama en papa. Tranen stromen langs mijn slapen mijn haar in. Hoewel ik geen hand voor ogen zie en me nauwelijks kan bewegen, sla ik met al mijn kracht boven me tegen de deksel van de kist. Door de dikke, gestoffeerde bekleding lijkt het alsof ik met mijn vuisten tegen een matras stomp.
Plotseling komt de camper in beweging. Even abrupt stop ik met gillen en slaan. De tranen blijven stromen. We gaan een hobbel over en maken een scherpe bocht. Hoewel ik de motor niet kan horen, voel ik aan de trillingen dat de camper sneller gaat rijden. Dan moeten we de parkeerplaats af zijn. Gelijk begin ik weer te gillen en met mijn vuisten te slaan. En dat doe ik nog hysterischer dan eerder.
Minuten gaan voorbij. Ik voel dat we bochten maken, zo nu en dan tot stilstand komen en weer optrekken. Gaandeweg worden de bochten minder en wat later rijden we vrijwel alleen nog rechtdoor. Dan zijn we Stillwater uit. Ik schreeuw al even niet meer. Met slaan tegen de deksel ben ik eerder gestopt, omdat mijn vuisten pijn doen en ik geen kracht meer heb in mijn armen. Stoppen met huilen en snotteren lukt me niet. Ik heb het warm en ademhalen gaat moeilijk.
Ik snik om mama en papa. Een stem in me zegt dat ieder moment de camper tot stoppen zal worden gedwongen. Niet veel later zal het deksel van de kist worden opgetild. Vriendelijk kijkende politieagenten zullen me eruit tillen. Mama en papa staan buiten te wachten, huilend van opluchting en geluk, en beiden zullen ze me in hun armen sluiten alsof het jaren geleden is dat we elkaar hebben gezien.
De camper stopt echter niet. We blijven maar rijden. Een eeuwigheid. Ik krijg het steeds warmer en ik word alsmaar vermoeider. Mijn ademhaling klinkt luider en onrustiger. De stem in mijn hoofd zegt nu dat niemand de camper tot stoppen zal dwingen, omdat mama en papa geen idee hebben waar ik ben. De politie zal op dit moment in het winkelcentrum aan andere bezoekers vragen of ze een meisje met lang blond haar, in een knaloranje jurk en op oranje slippers hebben zien lopen. Misschien laten ze de foto in mama’s portemonnee zien. Het is haar favoriete foto van mij, zegt ze elke keer als ze ‘m aan iemand laat zien; vandaag precies een jaar geleden gemaakt door opa toen ik tien werd, terwijl ik apetrots op mijn spiksplinternieuwe chopperfiets zit.
Opeens wordt er geremd en slaan we een andere weg in. Ik stop met huilen. Door kuilen en hobbels word ik ruw alle kanten op gesmeten. Er lijkt geen eind aan te komen, totdat we ineens tot stilstand komen. De motor gaat uit, voel ik. Dan gebeurt er lang niks. Hoewel het zweet langs mijn gezicht gaat, ril ik alsof het hartje winter is en ik met blote voeten in diepe sneeuw sta. Plotseling gaat het deksel van de kist met een ruk open. Ik schrik me rot. Het licht verblindt me. Paniekerig houd ik mijn handen voor mijn gezicht. Het duurt even totdat ik langs mijn vingers meer zie dan een vage gedaante. Intussen zuig ik mijn longen vol met verse lucht.
‘Ik wil… ik wil naar mijn… mama en papa,’ huil ik hard, met een overslaande stem. ‘Laat… laat me alstublieft gaan.’
De man lacht, alsof ik iets erg grappigs heb gezegd. Dan steekt hij een hand naar me uit en…
ALLE BOEKEN VAN JERRAD















